Basisteksten

Reglementen van orde en richtlijnen


Richtlijn van het Arbitragehof van 20 juni 1996 betreffende laattijdige memories

(Belgisch Staatsblad, 23 juli 1996)

     Wanneer uit de data der poststempels blijkt dat een memorie is ingediend na het verstrijken van de respectievelijk bij de artikelen 85 en 87 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof bepaalde termijn, wordt dat door de voorzitter vastgesteld in een beschikking.

     Van die beschikking, die tevens de datum vermeldt van de overeenkomstig artikel 76, 77 of 78 van de organieke wet gedane kennisgeving of van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het bij artikel 74 van dezelfde wet voorgeschreven bericht, naar gelang van het geval, alsmede de datum van indiening van de memorie, wordt door de griffier kennisgegeven aan de indiener van de memorie, die over acht dagen beschikt om schriftelijke opmerkingen in te dienen.

     Na het verstrijken van die termijn kan het Hof, overeenkomstig artikel 86 van de bijzondere wet, de memorie onmiddellijk uit de debatten weren wanneer de schriftelijke opmerkingen ongegrond zijn of bij ontstentenis van schriftelijke opmerkingen.

     Diegenen welke een memorie laattijdig hebben ingediend kunnen het feit dat voormelde regels op hen niet zouden zijn toegepast, niet als argument gebruiken om te beweren dat die memorie ontvankelijk zou zijn.

     Deze beslissing wordt ingevoegd in het reglement van orde van het Hof.