Basisteksten

Reglementen van orde en richtlijnen


Richtlijn van het Arbitragehof van 14 februari 1989
betreffende de rechtspleging

(Belgisch Staatsblad, 23 februari 1989)

Art. 1. De richtlijn van 15 december 1987, met opschrift "Neerlegging en mededeling van conclusies", bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 29 december 1987, blijft toepasselijk op de zaken die zijn ingeschreven op de rol van het Hof tot en met het nr. 82; het gaat immers om zaken die aanhangig waren op het ogenblik van de inwerkingtreding van de bijzondere wet van 6 januari 1989 en die luidens artikel 124 van die wet door de bepalingen van de organieke wet van 28 juni 1983 beheerst blijven. De richtlijn van 15 december 1987 zal niet langer van toepassing zijn op de zaken die zijn ingeschreven op de rol van het Hof vanaf de inwerkingtreding van de bijzondere wet van 6 januari 1989, en wel onder de nrs. 83 en volgende.

Art. 2. Wat de zaken betreft die zijn ingeschreven op de rol van het Hof vanaf de inwerkingtreding van de bijzondere wet van 6 januari 1989 en waarbij een vordering tot schorsing is ingesteld, wordt, onverminderd de artikelen 70 tot 73 van voormelde bijzondere wet, de beschikking tot dagstelling ter kennis gebracht van de partij of de partijen en van de overheden die zijn vermeld in artikel 76 van de wet, in voorkomend geval met opgave van de termijn waarover elk van die overheden beschikt om schriftelijke opmerkingen ter griffie te doen toekomen. Eenmaal die termijn verstreken, wordt geen enkel ander geschrift op de mondelinge behandeling ter terechtzitting van de vordering tot schorsing toegelaten.