Basisteksten

Organieke besluiten


Koninklijk besluit van 16 februari 1984 houdende voorschrift omtrent de ambtskledij der ambtsdragers van het Arbitragehof
(Belgisch Staatsblad, 23 februari 1984)

Artikel 1. § 1. Op de gewone zittingen dragen de leden van het Hof een toga van zwarte stof met wijde mouwen, met opslagen, kraag en mouwrand van zwarte zijde, een koningsblauwe gordel, een geplisseerde hangende bef van wit batist en een baret van effen zwarte zijde.

De baret van de voorzitter is aan de onderrand met een gulden boordsel omzet.

§ 2. Op de plechtige zittingen en bij officiële plechtigheden is een toga van koningsblauwe stof en van hetzelfde model als de zwarte, met opslagen, kraag en mouwrand van koningsblauwe zijde, een bef van witte kant, de neerhangende gordel van moirézijde, koningsblauwkleurig met gulden kwasten en een baret van koningsblauw fluweel omzet met een gulden boordsel.

De opslagen van de toga van de voorzitter zijn met wit bont belegd. Hij draagt diezelfde baret, aan de onderkant en aan de bovenkant met een gulden boordsel omzet.

§ 3. Op de gewone zittingen dragen de griffiers een toga van zwarte stof met wijden mouwen, met opslagen, kraag en mouwrand van zwarte zijde, een geplisseerde hangende bef van wit batist, een zwarte gordel en een met een zwarte fluwelen boordsel omzette baret van effen zwarte zijde.

Op de plechtige zittingen en bij officiële plechtigheden dragen de griffiers een toga van koningsblauwe stof van hetzelfde model als de zwarte, met opslagen, kraag en mouwrand van koningsblauwe zijde, een bef van witte kant, een op franjes van zwarte zijde uitlopende zwarte gordel en een met zwarte fluwelen boordsel met gulden bies omzette baret van koningsblauw fluweel.

Art. 2. De leden van het Arbitragehof dragen de schouderversiering, een stuk van dezelfde kleur als de toga, in het midden gefronseld en beide uiteinden met wit bont geboorde stof, die op de borst en de rug neerhangt. De griffier, doctors of licentiaten in de rechten, dragen eveneens de schouderversiering.

Art. 3. Dit besluit treedt in werking op 4 maart 1984.

Art. 4. (…)